Uitgangspunten bij vragen voor een supervisieopstelling

1. Meer inzicht in het systeem van de klant, om deze beter te kunnen begeleiden in zijn of haar proces. Wanneer een helper wil achterhalen wat maakt dat de klant vasthoudt aan zijn probleemgedrag, dan gaat het volgens Hellinger bij systemische problematiek altijd om loyaliteit. De klant wordt ergens in zijn probleem gedreven door loyaliteit voor iets of iemand in zijn systeem. Er komt, door de feitelijke informatie en de zichtbaar gemaakte posities van betrokkenen t.o.v. elkaar, helderheid in de patronen binnen de familie. Wanneer de helper oog krijgt voor deze posities en de gevolgen daarvan, zal hij op een andere manier naar de klant en zijn probleem gaan kijken Op die manier kan opening gecreëerd worden voor de helper om verder te werken met de klant. In de opstelling kunnen interventies in het klantsysteem gedaan worden, waardoor helder wordt wat er nodig is om iedere betrokkene tot haar recht te laten komen. Deze bevindingen op zielsniveau, kunnen de helper inzicht geven welke praktische interventies in het systeem helpend zijn.

2. Meer inzicht in de eigen positie met betrekking tot de klant, om te ontdekken vanuit welke rol de klant het best tot dienst kan zijn.
In sommige situaties raakt de helper te veel betrokken bij de klant. Je kunt ingezogen raken, zonder het te weten kun je een pion worden in het systeem van de klant.
Dit kan heel positieve gevoelens oproepen bij de klant, je wordt als goed familielid of als vriend gezien. Het kan ook negatieve gevoelens of irritatie oproepen.
Wanneer dit gebeurt, zal de klant bewust of onbewust wegen vinden om zijn probleemgedrag in stand te houden. Voor helper is het in dit soort gevallen verhelderend om tijdens een opstelling te zien welke positie hijzelf heeft in het systeem van de klant. Ook kan ervaren worden welke alternatieve posities hij zou kunnen innemen. Soms komt tijdens de opstelling aan het licht dat de klant op geen enkele manier baat heeft bij het interveniëren van welke coach of therapeut dan ook.

3. Meer inzicht in eigen persoonlijke thema’s in het dagelijks functioneren als professional.
In het dagelijks functioneren als professional, kun je eigen thema’s tegenkomen, als je de klant ontmoet en werkelijk het contact aangaat. Als een thema regelmatig terugkomt of je functioneren belemmert, is het vaak iets dat je zelf nog niet uitgewerkt hebt. Er kan sprake zijn van tegenoverdracht of projectie. Dit kan persoonlijk zijn of iets uit je eigen systeem.
Hoe verder de helper is met haar eigen ontwikkeling, hoe zuiverder zij de klant kan helpen om in de eigen kracht te komen.
We stellen daarom de thema’s en personen op die horen bij je eigen systeem. Je kunt op deze manier inzicht krijgen en oplossingen vinden voor je persoonlijke vraag. Van daaruit kun je weer helder kijken naar de klant en deze verder helpen, omdat het niet meer vertroebeld is door eigen thema’s.

terug naar supervisieopstellingen