Supervisie opstellingen

Bij supervisieopstellingen wordt vanuit dezelfde visie gewerkt als bij andere systeemopstellingen, die hun wortels vinden in het werk van Bert Hellinger. Hierbij wordt de vraag van een persoon bekeken vanuit het totale systeem waaruit deze voortkomt en waarbinnen wordt geleefd en gewerkt. Bij een supervisieopstelling brengt een professional een werkvraag in, met betrekking tot één van zijn klanten. De begeleider bespreekt de vraag van de helper en gebruikt de supervisieopstelling om de vraagsteller inzicht te laten krijgen in het proces met de klant. D.m.v. representanten die opgesteld worden in de ruimte, ontstaat een beeld van de onderlinge verhoudingen. Er wordt gezocht naar de juiste plek voor de betrokkenen. We gebruiken de opstelling als werkhypothese. Het kan een handreiking zijn voor een vervolg van het begeleidingstraject.

Voor wie

Supervisie opstellingen kunnen gedaan worden voor mensen die met mensen werken, zoals hulpverleners, coaches, therapeuten, trainers en adviseurs.

Bij een supervisieopstelling kunnen drie uitgangspunten gekozen worden:

De vraagsteller wenst meer inzicht in:

  • Het systeem van de klant*, om deze beter te kunnen begeleiden in zijn of haar proces.
  • De eigen positie met betrekking tot de klant, om te ontdekken vanuit welke rol hij de klant het best van dienst kan zijn.
  • Eigen persoonlijke thema’s in het dagelijks functioneren als professional
Uitgangspunten bij vragen voor een supervisieopstelling
Hoe werkt een supervisieopstelling?

Loopbaanopstellingen

Loopbaanopstellingen zijn geschikt voor vragen op het snijvlak werk-persoon. Te denken valt aan vragen over de onzekerheid over de huidige of een nieuwe plaats in de organisatie, of over de voorbereiding van besluitvorming en de eigen plaats daarin. Ook kunnen vragen ingebracht worden die de organisatie aangaan en binnen de verantwoordelijkheid van de vraagsteller vallen. In een loopbaan opstelling kan aan het licht komen welke factoren belemmerend en bevorderend zijn voor succes en plezier in het werk.
Ook het maken van een keuze in een bepaalde werkrichting kan opgesteld worden. Daarnaast is het mogelijk om te onderzoeken welke de factoren in de huidige werkomgeving van invloed zijn op je functioneren en hoe hiermee om te gaan. Zoals de relatie met collega’s of leiding, de eigen plaats in de organisatie, of effect van reorganisatie op het eigen functioneren.