Hoe werkt een supervisieopstelling?

Bij een supervisieopstelling wordt dezelfde werkwijze gehanteerd als bij andere systeem- opstellingen. De vraagsteller brengt een werkvraag in over één van zijn klanten. De begeleider vraagt naar feitelijke informatie over de klant en zijn systeem. Wanneer de begeleider voldoende informatie heeft, wordt er een ruimtelijke voorstelling gemaakt van het organisatiesysteem of het familiesysteem waartoe de klant behoort. De vraagsteller verzoekt andere deelnemers van de bijeenkomst om representant te zijn voor de klant en voor andere leden van diens systeem. Indien het om een opstelling gaat over de positie van de helper wordt eveneens een representant voor
zichzelf gekozen. Bij persoonlijke thema’s zullen leden uit het eigen systeem van herkomst gerepresenteerd worden. Bij een individuele opstelling zijn dit poppetjes of sjablonen. Deze worden intuïtief in de ruimte geplaatst.
Het is fascinerend te merken dat de representanten in een opstelling vanzelf toegang krijgen tot de gevoelens en de onderlinge verhoudingen van diegenen die zij representeren. De opstelling maakt patronen zichtbaar die zich voordoen in het systeem van de klant of de vraaginbrenger.
De supervisieopstelling kan op deze manier iets zichtbaar maken van wat de professional kan bijdragen aan het proces van de klant. Meestal heeft het zien van de opstelling een groot effect. De klant wordt in sommige gevallen met compleet andere ogen gezien. Een vastgelopen veranderproces kan op deze manier weer in beweging gebracht worden.

terug naar supervisieopstellingen